Wanneer schrijf je een –n achter 'andere' en wanneer niet?
Dingen en dieren
Als je verwijst naar een ding of een dier, dan zet je geen n achter ‘andere'. Nooit.
Mensen
Als je verwijst naar een mens, dan schrijf je soms ‘andere' en soms ‘anderen'; je moet kiezen.
- Staat ‘andere' voor het woord waar het bij hoort? Dan schrijf je geen n.
- Staat ‘andere' niet voor het woord waar het bij hoort? Dan schrijf je n.
Voorbeelden
Andere + dier
Ik houd van andere honden dan jij.
Sommige honden zijn lief, andere zijn vals.
Andere + ding
Jij eet andere boterhammen dan ik.
Sommige boterhammen zijn bruin, andere zijn wit.
Andere + mens
Ik heb nu andere vrienden dan vroeger.
Sommige vrienden zijn ouder dan ik, anderen zijn jonger.
