Spaties en hoofdletters
In de adressering van een brief schrijf je een postcode en een plaatsnaam. De postcode bestaat uit vier cijfers gevolgd door één spatie. Dan komen er twee letters. Dat zijn altijd hoofdletters. Vervolgens schrijf je twee spaties en dan volgt de plaatsnaam in hoofdletters.
In een brief aan Taalpartners ziet dat er zó uit: 3012 XL ROTTERDAM
