De hoofdregel van de tussen-n
De tussen-n geeft vaak problemen. Wanneer gebruik je ‘m wel, en wanneer niet?
De hoofdregel is simpel en leidt je in de meeste gevallen naar de juiste spelling van het woord. Hoe dat moet?
Kijk naar het meervoud
Bij een samengesteld woord als kippe(n)soep kijk je naar het eerste deel van het woord. Dat is in dit geval kip. Vervolgens bedenk je wat het meervoud van dat woord is. Eindigt het meervoud op –en? Dan schrijf je in de samenstelling een tussen-n. Is het meervoud met –es of kan het zowel met –es als met –en? Dan schrijf je geen tussen-n.
Terug naar de kippe(n)soep. Het meervoud van kip is kippen. Het eindigt op –en. En dus is het kippensoep.
Linke soep
We blijven bij de soep. Want die kan je ook maken met tomaat, groente, asperge, bospaddenstoel, erwt of lins. Kijk steeds naar het meervoud voor je de soep toevoegt! Tomaten + soep = tomatensoep. Groentes/ groenten + soep = groentesoep. Asperges + soep = aspergesoep. Bospaddenstoelen + soep = bospaddenstoelensoep. Erwten + soep = erwtensoep. En linzen + soep = linzensoep.
