Mijn moeder kocht onlangs nieuwe vloerbedekking. Ik was met haar meegegaan om te helpen kiezen. We gingen naar een ‘gewonemensenwinkel’, waar we werden geholpen door een aardige meneer met een lekkere Rotterdamse tongval. Hij sprak keurig ‘gewonemensentaal’. Niks mis mee. Met zijn deskundige advies was de keuze snel gemaakt. De ‘gewonemensenmeneer’ bracht ons naar een tafeltje om de koop in orde te maken.
Hij nam plaats achter zijn pc. Vaardig tikte hij op zijn toetsenbord de gegevens van mijn moeder in en even later kwam er een enorme lap papier uit de printer gerold die zij moest ondertekenen. Natuurlijk keken we even door waarvoor we moesten tekenen. Help, wat een pompeuze taal! Van het ‘gewonemensenkarakter’ van de winkel was niets meer te zien. Hoewel …
“Geachte klant,
Met betrekking tot onze algemene voorwaarden, welke staan afgedrukt op de achterzijde, dienen ten behoeve van een goede stoffering aan de navolgende punten te zijn voldaan: (…)”
Gelukkig leek de vloerbedekker slechts pompeus. Hij verraadde zich door zijn foutjes. Het liefst had ik de pen, die de gewonemensenverkoper aanreikte om de bon te tekenen, gebruikt om de tekst te corrigeren. En om er gewonemensentaal van te maken. Want dat past veel beter bij die zaak. Hoe dat eruit had gezien?
Geachte klant,
Onze algemene voorwaarden vindt u op de achterkant van deze bon. Om uw vloeren goed te kunnen stofferen, moet u met de volgende punten rekening houden: (...)
Als die vloerbedekkingsspecialist hoogdravend wil blijven schrijven, moet ‘ie dat vooral doen. Maar dan wel graag zonder fouten. Lijkt zijn tekst foutloos? Kom dan eens langs voor een opfrismiddag Spelling. Ik stuur de vloerbedekker ook een uitnodiging.
