Toen ik in Utrecht studeerde, deed ik de boodschappen bij de supermarkt om de hoek, meestal samen met mijn huisgenoten. In de winkel zat een slagerij met een eigen toonbank. Je kon er geen vlees uit het schap graaien; je moest er wachten op je beurt en werd er geholpen door de slager zelf. We vermaakten ons prima tijdens dat wachten.
De slager schreef – met de hand – de prijzen en productnamen op kaartjes en prikte die keurig in het vlees. Wij speurden tijdens het wachten gretig naar nieuwe kaartjes, want hoewel de slager prima kon slachten, kon hij niet spellen. En daar smulden we van. We verkneukelden ons over swarma, servelaat, riplappen, schnietschel en cornetbeef. Dat deden we heimelijk want de slager was een aardige man en we wilden hem niet kwetsen. Als we aan de beurt waren, deden we onze bestelling en wezen we hem – zachtjes – op de foute kaartjes: ‘Slager, dat schrijf je niet zo.’ De slager bedankte dan met een vriendelijk: ‘O, dank je.’
Vol verwachting keerden we de volgende dag terug. Zou hij het veranderd hebben? En wat zou hij ervan gemaakt hebben? Want wat de juiste spelling was van de productnaam vertelden we de man er niet bij. Zo vals waren we wel. Vaak stond er de volgende dag een foutloos kaartje in het vlees, maar sommige namen bleven lastig. Vooral de buitenlandse. Zo veranderde swarma via shawarma in schwarma en sjowarma voor er eindelijk shoarma op het kaartje prijkte.
De meeste pret beleefden we echter aan de kippenborsten van onze slager. Hoe de man daarop moet hebben zitten zweten! Kipfilet. Op hoeveel manieren je dat fout kunt schrijven? Veel. Heel veel! Een kleine greep uit de spellingsvarianten die de borsten aan hebben geprezen: kipfilée, kipfillet, kipfilé, kipvilet (echt waar!), kipfielé en kipfileeën.
Gniffelend van voorpret sloten we aan in de rij. Reikhalzend keken we uit naar het kaartje. We sloten zelfs weddenschappen af op mogelijke spellingsvarianten. En keer op keer wezen we de slager op het bewuste, foute kaartje. Ons lachen konden we na verloop van tijd niet meer voldoende verbergen en onze aardige slager begon – heel terecht – een hekel aan ons te krijgen. Maar op een dag begroette hij ons weer met een stralende lach. We wierpen een snelle blik op het kaartje. En ja hoor, daar stond trots ‘kippeborst’. En daar konden we helemaal niets op aanmerken. Want dat schreef je toen nog zo.
Wat zal die man de pest in hebben gehad toen ze de nieuwe spelling introduceerden!
